De Vlugstrook
Den
Haag, op een achterafgelegen erf in de buurt van Holland
Spoor.
Jacobsen:
Waar bleef je nou met je 300 PK scheurijzer?
Van
Nes:
Ik moest nog wat bijvijle, maar hij loop nu as een trein, ken je een
puntje aan zuige Jacobsen, as boter in een
magneton.
Jacobsen:
Vooruit,
opzij, ken ik plaats neme. Zo, we gaan ze straks effe een poepie
late ruike. Daar in Zandvoor zullen we de Champoepel late
spuite!
Hé van Nes, trek effe die motorkap ope, zo, (Jacobsen
drukt op het gaspedaal) hoor je 'm brulle? Kijk, zo blazen we 'm
over het pakoers en we late ze allemaal mijle achter, ook Henkie met
z'n Turbo Thunderbird.
Instappe Van Nes, effe de Utrechtsebaan op en dan
linksom over de Flyover langs Schiphol zo in een wip naar Zandvoort.
Half uurtje. Moet kunne. Van Nes, weet je nog van vorig
jaar?
Van
Nes:
Ja, ken ik nog van drome Jacobsen. Wat een meide, wat een
gein.
Jacobsen:
Krijg nou de klere.
De
heren komen vast te zitten op de flyover richting
Amsterdam.
Van
Nes:
Tering! De hele flyover staat vas en moet je kijke, de hele weg naar
Amsterdam hartstikke dich. Dat kenne we op onze buik schrijve
Jacobsen.
Jacobsen:
Luister Van Nes, kijk wij zijn vrije jongens. Wij komme gewoon op
tijd.
Van
Nes:
Maar ja, dan had de regering wel wat aan het fileprobleem moete
doen.
Jacobsen: De
regering Van Nes, begrijp dat nou, de regering dat zijn
wij.
Jacobsen
knippert eenmaal lang en eenmaal kort met zijn lichten en doet
hetzelfde met zijn claxon, maar de auto voor hen lijkt niet te
reageren.
Jacobsen:
Van Nes, wil je effe beleef vrage of die hufter van hiervoor een
beetje plaats maak.
Van
Nes stapt uit en klopt op het raampje van de voorganger en
schreeuwt:
Hé
Bisonkit, ken je je wagen niet tegen de vangrail aan plakke as wij
daar beleef om vrage met onze lichies?
Jacobsen
laat de motor loeien en rijdt zowat tegen de voorligger aan om
daarna z'n hoofd uit het raampje te steken:
Komp er nou nog beweging in of moete we met onze wage
een duwtje geve, effe helpe!
Er
komt ruimte en zo 'passeren' ze twintig andere auto's over de
flyover.
Van
Nes:
Zeg Jacobsen, je denk toch niet dat ik zo al die gore wagens tot aan
Zandvoor aan de kant ga duwe zeker. Dan ken ik niet meer lekker
racen hoor. Daar komme we midden in de nacht aan als het zo
doorgaat. Kenne wij mooi fluiten naar de
meide.
Jacobsen:
Van
Nes, nog dertig of veertig van die wagetjes man, en dan begin de
vrije baan. De vrije baan voor vrije jongens!
Van
Nes:
Dertigduizend van die wagetjes zul je bedoele en jij zit lekker
achter het stuur.
Jacobsen:
Van Nes, kijk dan, wat zie je daar! Dat is toch een vrije baan
daar.
Van
Nes:
Daar aan de rechterkant dat is toch de
vluchtstrook.
Jacobsen:
Juist ja, je zeg het zelf, de vlugstrook. Kenne wij verder blaze.
Kom op, nog effe die dertig luizeblikken aan de
kant.
Even
later rijden de heren met 105 mijl per uur over de
vluchtstrook.
Jacobsen:
Zie je nou Van Nes, en netjes de toegestane 100. Zie je nou, wij
vrije jongens hebben rech op onze vrije baan en kenne zo door,
non-stop naar de finnis. Ik ken de champoepel al zien
spuite.
Van
Nes:
Ja, ik hoort hem al knalle!
De
heren kijken elkaar met een vette knipoog aan, terwijl Van Nes het
geluid van een knallende kurk nabootst. Ze zien niet dat er voor hen
een politie-Porsche vanuit de rijbaan de vluchtstrook oprijdt met
een roodverlicht Stop-signaal.
Jacobsen:
Tering, HOU JE VAS
Om
de Porsche te ontwijken stuurt Jacobsen de auto abrupt naar rechts,
ze vliegen over de kop, de vangrail over en belanden een eindje
verderop in een weiland.
Van
Nes:
Gotfer de gotfer, teringpolisie. Kenne ze niet uitkijke, we hadde
wel dood kenne zijn, we …
Jacobsen:
Van
Nes, hou nou effe je waffel, dat je nog leef heb je aan mijn snelle
reactie te danken. Wees beleef en komp op mijn plaats zitte en zeg
maar dat je op weg was naar het ziekehuis van Zandvoor, om mij te
late behandele.
Van
Nes:
Maar je heb toch niks?
Jacobsen:
Nee natuurlijk niet, maar ik ken wel doen asof.
Jacobsen
en Van Nes verwisselen snel van plaats en Jacobsen pakt van de
achterbank een fles tomatenketchup die hij uit een McDonalds had
meegekregen'. Terwijl ze op de politie wachten, smeert Jacobsen zijn
broek in met de ketchup.
Politie:
Zo heren, dat was op het nippertje. Bent u er goed van af
gekomen?
Van
Nes:
Gotfer de gotfer. Door mijn bliksemsnelle reagere zijn er geen dooie
gevalle, maar de wage is wel mooi naar z'n
klote.
Politie:
Meneer, u bloedt! U bent gewond geraakt. We moeten meteen de
ambulance bellen.
Jacobsen:
Niks ervan. Ik was al gewond. Daarom reje we zo hard over de
vlugstrook naar het ziekenhuis van Zandvoor. Een ambulans kenne wij
niet betale.
Politie:
Ik snap het, maar waarom naar Zandvoort?
Jacobsen:
Daar heb ik een zus zitte in het ziekehuis, begrijp u
wel?
Politie:
Levensgevaarlijk. Wij bellen nu een ambulance, desnoods op onze
kosten.
De
heren rijden korte tijd later onder een blauw zwaailicht naar het
ziekenhuis in Zandvoort, waarna zij zich direct met een taxi naar
het circuit laten vervoeren. De champagne spuit
rijkelijk.